Gefeliciteerd

Een van de betere woorden om te horen: gefeliciteerd. Niet omdat je jarig bent, want daar doe je niet veel moeite voor, dat gebeurt vanzelf zolang je genoeg beweegt en niet vergeet genoeg groente te eten. Het horen van gefeliciteerd na een zweterige autorit door Bloody Bos en Lommer, langs station Sloterdijk, de A10 richting Zaanstad en Rotterdam, over plotselinge hellingen, op rotondes meestal rechtdoor of driekwart, in zijn twee over verschrikkelijk hoge drempels, is een van de tofste ervaringen in mijn leven.

De rijexaminator zit er relaxt bij. Ik leun automatisch ook wat meer naar achteren. Ik begrijp wat er gaat gebeuren. Ik lees het nummerbord voor van de mosterdkleurige sedan in de verte en loop naar de glimmende grijze Ford. De oude Ford waar ik de afgelopen maanden in heb gevloekt en gemopperd is stuk, een dag voor mijn afrijden aangereden in Amstelveen. In deze nieuwe auto moet ik het doen, bewijzen dat ik kan rijden, dat ik het mechanische beest onder controle heb, dat ik niet koud of warm word van een invoegstrook of een bestelbus voor me die ik vloeiend ga inhalen – rijstrookje wisselen -. Het valt me op dat ik ineens retegoed door alle spiegels kan zien terwijl mijn rijinstructeur Roy nogmaals zuchtend vertelt hoe vies de auto van binnen was. Niemand topt Roy in keurigheid als het gaat om zijn auto. Het is een godswonder dat wij, de leerlingen, in zijn auto mogen rijden eigenlijk. Toch weet ik dat wel te waarderen; je gaat ook niet een airbnb huis onderkotsen, gewoon omdat je het gehuurd hebt.

Goed.

Ik start de auto, zonder dat ik iets over de auto hoef te vertellen. In mijn hoofd poppen willekeurige zinnen op: de zomerbanden moeten een profiel hebben van minimaal 1,6 mm, check maandelijks de spanning, instructies te vinden in het autoboekje of, of…aan de binnenkant van de vulopening of benzineklepje? Shit. Maar ik rijd ondertussen al, rustig nou anders rij je mensen overhoop op de stukje achter het CBR. Nu lekker doorschakelen, je mag dit stuk 70. Haal ik net niet, want daar is alweer het stoplicht maar dan heb je toch weer aangetoond dat je defensief kan rijden en toch milieubewust. Dan de bekende rotonde op en we duiken de wijk in, langs de moskee, zwaaiend naar mijn collega rijders, hoi, hier ben ik hoor! In mijn hoofd gaat het in ieder geval zo. In het echt moet ik letten op mijn grip op het stuur, niet zo krampachtig en doe ik mijn hoofdbewegingen hopelijk zichtbaar genoeg – voor, links en rechts, binnenspiegel, linkerspiegel, neem je schouder mee, vergeet die schouder NIET, maar ook niet te heftig want dan is het net alsof ik het voor hem doe en je doet het niet voor de examinator maar voor jezelf, om je plek in het verkeer op te eisen, om veilig te rijden en niemand te missen ook niet al die mensen met rollators, zijn er veel van hoor in Bos en Lommer.

Tijdens het rijden vraagt hij naar mijn werk en daar komt een klik. Ik vertel wat over jeugdzorg en hij vertelt iets persoonlijks. Ik kan er niet op ingaan want DAAR IS DE SNELWEG. Nu opletten, doorschakelen mag bij 300 toeren he, positie op de weg, ruimtekussen, binnenspiegel, linkerbuitenspiegel, schouder meenemen voor de dode hoek en gaan met die banaan, huppetee, even binnenspiegel checken om te kijken of Roy ziet hoe vet ik kom invoegen maar hij is bezig met een aapje. Zucht.
Als we weer de wijk induiken begin ik aan een ingewikkelde keeropdracht die ik met een dosis geluk weet af te ronden. Ook de parkeeropdracht gaat net-net. Roy schiet een paar laserstralen op me af. RUSTIG NOU. Ik mag weer de wijk uit en we zitten nu in de buurt van het CBR. De examinator vraagt of ik de weg zelf terug weet te vinden. Ik knik van ja en rij vervolgens verkeerd. Maar ik pak de draad weer op en rij vervolgens wel goed. Beheerst zet ik de Ford neer, keurig in het vak en dan volg ik de twee mannen het CBR gebouw weer in. Ik denk alleen maar aan de net-net momenten als ik aanschuif bij tafel 7, mijn tafel. De examinator kijkt me aan en zegt dan dat woord: gefeliciteerd. Wat? Huh? Ik ben verbijsterd, ik ben in shock, ik wil iedereen in de zaal huilend omarmen, maar Roy rolt met zijn ogen zegt dat ik nu moet tekenen. Huilende vrouwen, pfff.

Buiten op station Sloterdijk zit ik op een bankje, tussen duinplanten, grashelmen en een racefiets met een hondje eraan vastgebonden. Een groot uitgevallen muis komt voorbij rennen. Ik grijns naar de lucht en besef het moment: ik ben geslaagd. In TWEE keer. Hoe tof is dit.

d44eae9770da9a7f4f5acc0854258f66

De grijns zit er nog steeds.

Katrien Vermeulen,

Eerdere reacties

Rustig nou
In kapitalen. Wat grappig Kat!!
Dikke zoen

Heel assertief gereden Kat ? Heerlijk geschreven en zo herkenbaar! Zit nu ook met n grijns!

Big smile!!

Reageren? Graag!

(Is alles ingevuld?)